MOTORBOOT artikel februari 2014 (www.motorboot.com)

Vaarschool Muste

Voor een motorboot die kleiner is dan 15 meter en minder hard vaart dan 20 kilometer per uur is een vaarbewijs niet verplicht. Toch kan het nooit kwaad om meer te leren over (voorrang)regels, veiligheid en manoeuvreren op het water. Lisette Vos neemt de proef op de som en gaat op cursus.

Tekst: Lisette Vos

Toegegeven: voor mijn bescheiden motorboot (4.20 meter en 9.9 PK) ben ik niet verplicht om een vaarbewijs te hebben. Maar na een paar jaar begint het te kriebelen en zou ik best een keer met een snellere boot het water op willen. Bovendien kan het nooit kwaad om meer over de vaarregels op het water te leren. Zonder de benodigde kennis van de (voorrang)regels, veiligheid en manoeuvreren op het water is het soms vragen om moeilijkheden. Ik ben in goed gezelschap: veel booteigenaren die een boot hebben die kleiner is dan 15 meter en niet harder dan 20 kilometer per uur vaart, willen toch hun vaarbewijs halen

De timing van mijn cursus is echter niet ideaal. Per 1 september 2013 is het examen voor vaarbewijs VB1 aangepast. Kandidaten moeten in een uur niet meer 30 maar 40 vragen beantwoorden. Om te slagen moet 70 procent van de antwoorden goed zijn. Bovendien ligt de nadruk van het examen meer en meer op inzicht en toepassing van de regels. Alleen feiten uit het hoofd leren is niet meer voldoende. Het aantal kandidaten dat in één keer slaagt is dan ook afgenomen, zo blijkt uit cijfers van Vamex in het voorjaar van 2013: van 70 naar 60 procent. Dat belooft wat.

Hoewel ik niet precies weet wat mij te wachten staat, weet ik wel dat ik de examenstof niet alleen uit een boek wil leren. De keuze valt op Vaarschool Muste in Diemen, dichtbij Amsterdam en aangesloten bij Univaer (brancheorganisatie van maritieme opleidingsinstituten). Mijn voorkeur gaat uit naar een cursus van vier avonden om niet alles op één cursusdag aan te laten komen. Dat blijkt een goede keuze: er komen zoveel onderwerpen voorbij, dat het goed is om de opgedane kennis elke week even te kunnen laten bezinken (en om eventueel een week later een vraag te kunnen stellen).

Taai en boeiend

Het is veel, heel veel stof. Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en het Rijnvaartpolitiereglement (RPR) zijn taai, en het is een klus om de verschillen in de praktijk toe te kunnen passen. Maar het is ook boeiend en nuttig om meer te weten te komen over de vaarwegmarkering (bakens, boeien en tonnen), de navigatieverlichting, het gebruik van het anker, de (buitenboord)motor van de boot, verschillende typen branden en hoe deze te blussen, het hoge- en lagedrukgebied, om een paar voorbeelden te noemen. Mijn betrokkenheid bij de pleziervaart, en alles wat daar komt kijken, is alleen maar toegenomen. En het plezier ook.

De praktijk van het varen is een hoofdstuk apart. Het echte werk zeg maar, maar dan op papier. De theorie over de rechtsdraaiende (of linksdraaiende schroef) zal ik in ieder geval niet meer vergeten. Ik begrijp nu dat ik met mijn rechtsdraaiende schroef van mijn buitenboordmotor continu moet bijsturen om recht vooruit te blijven varen. Dat deed ik altijd al, nu weet ik waarom. En het is meer dan nuttig om te weten vanaf welke kant (stuurboord of bakboord) ik moet starten om in een smalle vaart te keren. Het juiste antwoord? Bakboord. In zijn achteruit draait de rechtsdraaiende schroef immers de andere kant op én met meer kracht.

Geslaagd

Na vier avonden theorie die Rikus Muste in begrijpelijke taal en mét geduld heeft toegelicht, komt het examen dichterbij. Dat betekent nog een paar dagen hard studeren (feiten uit het hoofd leren!) en veel oefenen met proefexamens. Ik weet wel: zonder serieuze inzet ga ik het examen niet halen. Om extra tijd te winnen, verzet ik het examen naar twee weken later, op 21 december. In het examenlokaal van Vamex in Alkmaar is het uur snel voorbij: in opperste concentratie heb ik veertig vragen beantwoord. Of ik genoeg punten heb? Al na vijf minuten komt het verlossende antwoord uit de computer gerold: geslaagd! (met 63 van de 80 punten). Dat is in ieder geval ruim voldoende, gelukkig.

In theorie mag ik nu op een motorboot varen die sneller gaat dan 20 kilometer per uur. Ik vraag mij eerlijk gezegd wel af of ik na een theorie-examen alleen die stap zou zetten. Ik zal Rikus Muste van de vaarschool vragen of ik eerst nog een praktijkles mag volgen op een snelle boot. Dan kan ik de theorie uit het boekje eerst echt in de praktijk testen. Of is dit nu typisch een opmerking van een vrouw?

Vaarschool Muste: 10 procent vrouw

Eigenaar Rikus Muste van Vaarschool Muste in Diemen geeft sinds 1998 cursussen voor Klein Vaarbewijs 1 en A. Van alle cursisten is ongeveer 10 procent vrouw. Varen op een snelle motorboot is volgens Muste vooral een mannenaangelegenheid. Het slagingspercentage ligt ongeveer gelijk: 60 tot 70 procent van de cursisten (man of vrouw) slaagt in één keer. De belangrijkste tip? “Onderschat het niet. Veel mensen varen voor hun plezier op hun boot. Het examen is echter een serieuze gelegenheid, waar je echt tijd voor vrij moet maken. Dat valt de meesten vaak tegen.”